Raceverslag: Egmond Kwart Marathon

Afgelopen zondag stond ik, net zoals de helft van hardlopend Nederland, in Egmond aan de start voor de aftrap van het voorjaarsseizoen. Ik had bewust gekozen om de kwart te lopen. Ergens in augustus bedacht ik me namelijk dat een halve wel heel pittig zou zijn, voor de eerste keer Egmond. Ik wist in augustus nog niet welke hardloopdip ik zou krijgen, maar uiteindelijk ben ik blij dat ik me ingeschreven had voor de kwart: hij paste veel beter in de opbouw waar ik momenteel weer in zit! 

Zondag begon de dag al vroeg. Zoals de hardlooptraditie is, eet ik altijd pannenkoeken op raceday. Zondag was dit uiteraard niet anders. Dagmar en ik aten rond 8 uur lekker een stapeltje verse pannenkoeken, Bjorn moest nog werken en kreeg ze to go, koud, in de auto. De koolhydraten zaten er in ieder geval in. Er volgde een lange rit naar Alkmaar. Veel geklaag vanaf mijn kant in de auto: ‘ik ben zo moe’, ‘dit wordt hem niet hoor, vandaag’ en ‘kunnen we ook terug naar huis?’. Sorry voor mijn geklaag, reisgenootjes.

Aangekomen in Alkmaar vonden we snel een parkeerplekje en mochten we de pendelbus naar Egmond in. Wat opviel was de koude wind. Ik besloot ter plekke om mijn haar niet in een staart te doen, maar vlechten te maken, zodat ik mijn muts kon dragen tijdens het lopen. Dus in de bus ging ik nog mijn kapsel goed doen. Zaten m’n vlechten weer scheef, moest het weer opnieuw. #girlproblems. Maar na 3 pogingen zaten mijn vlechten zoals ik wilde, en had ik inmiddels ook de weg naar Egmond al overleeft.

Snel even langs de sporthal om ons te ontdoen van extra kleding (brrr), tassen weg te brengen, een dixi bezoekje te plegen en richting de start te gaan. Ik was blij dat ik nog een poncho mee had, want, jeetje, het was koud. Ik sta ook wel bekend als mevrouw Koukleum, maar dit keer was het niet overdreven. Gelukkig hoefden we niet te lang te wachten tot het startschot. Bjorn, Dagmar en ik stonden in hetzelfde startvak, dus wij konden Bjorn nog even uitzwaaien. Zijn doel: lekker lopen. Ons doel: duurlooptempo en we zien wel waar het schip strandt.

De eerste kilometers door Egmond waren  leuk. Natuurlijk begonnen we te snel voor ons duurlooptempo, maar daar maakte ik me niet zo’n zorgen over: het strand, en later de duinen, zou ons wel dwingen om het tempo wat terug te schroeven. Dan maken 3 iets te snelle kilometers aan het begin niet zoveel uit. Leuk, al die mensen langs de straat in Egmond. Ondanks de kou en al die wind, stonden ze er mooi maar wel. De eerste kilometers gingen dan ook snel.

Bij ongeveer 3 kilometer kwam het gevreesde strand. Ik zag hier enorm tegenop. In juli deed ik mee aan de strandmarathon estafette, en bleek het strand een killer voor mijn pijnlijke kuiten te zijn. Ik verwachtte nu dus hetzelfde. Gelukkig voor mij was dit niet het geval. Ik liep lekker, klikte nog wat foto’s onderweg (nee, die zien jullie niet helaas. Bij het terugkijken bleek dat mijn ‘lopend foto’s maken’ skills niet zo goed zijn, alles was bewogen en niet scherp haha). De 2 kilometer op het strand gingen vlot en makkelijk.

Op 5 kilometer kwam de gevreesde klim, het strand af en de duinen in. Ik had al snel door dat dit ‘m hardlopend niet ging worden. Ik zei tegen Dagmar dat we beter konden gaan wandelen, dat zou genoeg kracht gaan kosten. Waarom nog meer verspillen door een poging te doen om rennend naar boven te komen? Klauteren was al pittig genoeg. Jeetje. Dit was het zware strandstuk. Wat was ik blij toen we boven waren zeg. Na ongeveer 200m was de eerste waterpost. Water, fijn! We namen de tijd om even rustig te lopen en vervolgden toen onze weg, de duinen in, weer terug richting Egmond.

De duinen vielen mij tegen. Het strand had me weinig energie en kracht gekost, maar het continue stijgen en dalen vond mijn lichaam niet prettig. Toch lukte het goed om het tempo constant te houden, we haalden regelmatig nog wat mensen in en we genoten ook nog van de omgeving. Want, ondanks dat Egmond pittig is, is het zó mooi! Onderweg kwamen we Margon nog tegen, we hebben nog een stukje met haar meegelopen, maar bij haar ging het helaas niet zo lekker, dus waren we haar naar een stukje weer kwijt.

Bij kilometer 9 kwam de gevreesde Bloedweg. Nu moet ik zeggen: ik had er na alle horrorverhalen meer van verwacht, ik vond hem sneller voorbij dan ik verwacht had. En toen was het nog maar een kilometertje tot de finish. Tot de poncho. Tot de medaille. Tot Bjorn, die vast al lang binnen zou zijn. Ik had nog lekker wat energie om een eindsprintje te trekken, en de finish kwam al in zicht, dus gááán.

En zo waren wij binnen de 1 uur en 10 minuten weer terug in Egmond. Na 10.5 kilometer. 2 dingen wist ik zeker: 1. Dit was niet mijn laatste keer in Egmond. 2. Volgende keer loop ik de halve. Jeetje, wat heb ik genoten zeg. Ja, met vlagen was het pittig. Maar wat was het ook mooi zeg. Wat een mooie omgeving. Ondanks mijn geklaag van die ochtend, heb ik geen spijt dat ik naar Egmond gegaan ben om daar te lopen! Bjorn finishte trouwens in 48 minuten. Had rustig aan gelopen. En werd 60e… 😉

De eerste loop van 2018 zit er weer op! Ik heb al het een en ander op de planning staan, maar als jullie nog leuke looptips hebben, ik hoor ze graag 🙂

One comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.