IJsselsteinloop

Afgelopen zaterdag deed ik mee aan de 35e IJsselsteinloop. Voor de 2e keer. Vorig jaar liep ik hier de 5 km. Dit jaar was ik ingeschreven voor de Halve Marathon. Helaas had ik de hele week last van pijntjes in mijn scheenbeen en kuiten. Dit is de reden dat ik ’s morgens besloot om me over te schrijven naar de 10 km. Een afstand die me minder energie en moeite zou kosten en die ik hopelijk ook pijnvrij door zou kunnen komen…

De wekker ging redelijk op tijd, om 7 uur. Pannenkoeken bakken en ontbijten maar. Om 8 uur vertrok ik samen met Björn richting IJsselstein; Björn zou wel gewoon de halve marathon gaan lopen. Daar aangekomen hebben we onze startnummers opgehaald en moest ik nog even langs het secretariaat om mijn afstand om te zetten. Dit was gelukkig geen probleem. Na een fijne warming-up met de loopgroep kon ik om 9.50u het startvak in. Ik kwam nog wat bekenden tegen met wie ik nog even heb staan kletsen. Om 10.00u klonk de toeter voor de start. Björn zwaaide me uit en ik vertrok…

Ik had met mezelf afgesproken om niet te snel te starten. Rustig een lekker tempo zoeken en kijken hoe lang ik dit vol zou houden. Het belangrijkste was om geen pijntjes te voelen. En ik wilde ook wel onder het uur lopen, maar dat was net iets minder belangrijk. Ik vond al snel een fijne pace, die ik wel even vol dacht te gaan houden. Ik kletste nog even wat met een loopmaatje, maar liet haar toch gaan, aangezien haar pace net ietsje hoger lag. De eerste kilometers gingen best vlot voorbij. Na een stukje over het industrieterrein van IJsselstein, gingen we door de weilanden richting de Lekdijk.

Op kilometer 5 was de eerste waterpost. Deze kwam als geroepen, want het was erg warm en benauwd. Ook had ik daar een losse veter (foei, Petra, hoe lang loop je nu al? DUBBELE KNOPEN! Je weet hoe het werkt!). Ik nam even de tijd om rustig te drinken, mijn veter te strikken en diep adem te halen. Ik kon mijn pace weer oppakken en volhouden. Al vond ik het wel zwaar, zeker toen de zon er ook nog doorkwam. Maar ik liet me niet kennen: ik was al over de helft, dus ik had het grootste gedeelte al gehad 🙂

Rond kilometer 7 kwam ik een van mijn looptrainers tegen, die ik ervan overtuigde dat het echt lekker ging. Ik zei het wel, maar zo voelde het niet meer. Het lopen ging voor mijn gevoel echt steeds moeizamer. Mijn gebruikelijke mentale spelletje (lantaarnpalen tellen) begon. Ongemerkt wist ik toch nog wat te versnellen, dus de lantaarnpalen gingen steeds sneller voorbij. Rond kilometer 8 liepen we IJsselstein weer in en werd het aftellen maar. Dit stuk van het parcours ken ik erg goed, ik wist wat er komen ging en hoe iedere boom eruit zou zien. Dit was nog maar een stukje!

Ik had geen pijntjes, dus ik liep lekker door. Ik had bedacht dat ik sneller bij de finish zou zijn als ik nog iets kon versnellen (jaja, dat schijnt zo te werken 😛 ), dus dat maar gedaan. Zoals de foto’s laten zien: ik keek niet heel charmant meer. Het kostte me inmiddels echt wel moeite. Ik liet het fietspad langs het water achter me en negeerde de laatste waterpost bij kilometer 9. Drinken kon ik over een minuut of 5 bij de finish ook wel. Ik draaide het Paardenlaantje op, onder de mooie boog van bomen door, werd nog gespot door een enthousiaste fotograaf (als ik hem gezien had, had ik wel iets vrolijker gekeken) en ik versnelde nog wat door richting de finish. En zo finishte ik uiteindelijk in 56:40. Met een kleur als een tomaat en een hóge hartslag, maar als allerbelangrijkste: zonder pijn. Al met al erg tevreden over de IJsselsteinloop en mijn eindtijd!

En volgend jaar, dan loop ik echt die halve marathon. Dat ben ik nu inmiddels wel verplicht 🙂

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.