Hardloopverhalen #12: Sophie

Vandaag weer een nieuw hardloopverhaal. Deze is van Sophie. Sophie is mama van een bijna 2 jarige peuter, wat soms een uitdaging kan zijn qua training inplannen. En dat is lastig, want Sophie is aan het opbouwen naar een goede 10 kilometer. Hoe Sophie dit doet? Lees maar mee!

10 kilometer rennen klinkt heel stoer en op een goede dag, als ik me prima voel, denk ik: ‘dat kan ik makkelijk’! Ik ren nu weer fanatiek, sinds 1 januari 2017 (ja, goede voornemens) en ik voel me er heel goed bij. Als ik heel eerlijk ben er één ding wat me ervan weerhoudt om vaker hard te lopen: tijd! Ik ben namelijk moeder van een bijna tweejarige peuter, die een soort radar heeft voor als ik het huis verlaat en het dan op een huilen zet en huilt tot ik weer terug ben. Wat voor papa ook de nodige frustraties opleverd. Dat betekent dat ik alleen kan hardlopen als ze overdag wakker is want als ze ’s avonds merkt dat ik weg ben is ze de hele avond ontroostbaar. Dat beperkt mijn hardlooptijden tot de uurtjes overdag.

Daarnaast heb ik doordeweeks geen tijd om een uur of langer te trainen; dat kan alleen in het weekend. Ik ben begonnen met trainen voor de 10 kilometer. Ik heb eerst een route gevonden die het best werkt voor mij. Ik heb een keer een nare ervaring gehad met hardlopen op een wat rustige plek, dus ik heb nu een route uitgezocht waar genoeg mensen zijn en waar ik ook met de tram terug kan mocht er thuis wat zijn. Fijn om de tram te kunnen nemen als ik 5 kilometer van huis ben, en hardlopen dan te lang duurt. Ik ren vaak de Laan van Meerdervoort in Den Haag uit. Dit is de langste laan van Nederland. Hij loopt langs ons huis en gaat rechtdoor de stad in. Er zijn wel veel stoplichten, maar die heb ik om de een of andere reden bijna altijd mee. Soms moet je even stoppen, dat is nu eenmaal niet anders.

Om het mentaal vol te houden deel ik de route op in stukjes en daar loop ik naartoe. Hoe korter mijn training hoe meer stukjes ik in mijn hoofd heb. Als ik een lange afstand loop, helpen die stukjes namelijk niet zo, dan voelt het net alsof ik een berg moet beklimmen en het eindeloos duurt. Ik heb altijd een einddoel en daar kan ik mijn loopsnelheid op aanpassen. Als ik 10 kilometer ga lopen, verdeel ik mijn energie en weet ik dat ik wat voor later moet bewaren. Ik train nu vooral op tijd, om meer afstand in een kortere tijd te lopen. Ik train niet op afstand, dat laat mijn schema niet toe. Ik heb van te voren een tijd in mijn hoofd die ik eraan kan besteden en dan kijk ik welke afstand daarbij past. Meestal is het begin van de training even opstarten en als ik de eerste checkpoints heb gehad kom ik in de flow en gaat het vanzelf.

Ik ren nu 8 kilometer in een uur en het lukt me nog niet om die snelheid heel erg te verbeteren. Als ik 10 kilometer ren gaat dat in 1 uur en een kwartier, soms 20 minuten. En ik weet dat ik een goede training heb gehad als ik bij de voordeur denk, ‘nou ik kan nog wel even door. Ik voel me goed, ik heb energie en ik ben niet helemaal kapot.’ Wat ik wel na elke training moet doen, is een sport drankje drinken, als ik dat niet doe heb ik de volgende dag migraine. Ik drink geen suikerrijke drankjes als AA drink of aquarius, maar ik doe water in een grote fles met een tablet voor een electrolyte drankje, en het resultaat is geen hoofdpijn!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *